Sunshine in Boedapest deel 1: What toedoe?

Boedapest is hot! En niet zonder reden, want deze stad heeft alles. Sfeer, foods, een shitload aan bezienswaardigheden en een heel eigen karakter.

Dus ging ik er maar ook eens een weekje zitten. Meestal duren mijn stedentrips maar een paar dagen (met een eigen zaak is ‘vakantie’ altijd een delicaat onderwerp) waardoor je eigenlijk nauwelijks iets van de stad ziet, maar dit keer heb ik het anders aangepakt. Een wereld van verschil, want in een week krijg je de stad natuurlijk op een heel andere manier mee.

In dit eerste deel van mijn Boedapest-avontuur deel ik mijn suggesties voor de to-do’s en to-sees, uiteraard geheel op mijn eigen wijze :). In het tweede deel komen…surprise-surprise…de eettips, want natuurlijk is er in een week weer een hoop afgekaand. Maar first things first: Het pracht en praal van Boedapest, door mijn oogjes!

 

Loop rond (in het 7de 6de en 5de district)

Het zevende district of het Joodse district is voor mij toch wel where the magic happens in Boedapest. Deze fijne, alternatieve wijk heeft echt van alles te bieden. Van heerlijk foute tweedehands winkeltjes, knappe vintage shops, leuke barretjes en eettentjes tot een rozentuin (met kerk!) en een weekendmarkt (Goszdu weekend market) waar diverse spullen (antiek, vintage, handwerk van kleine ondernemers en andere bijzondere zaken) tegen heel schappelijke prijzen worden aangeboden.

Vergaap je aan prachtige muurschilderingen en gebouwen (wat dat betreft is het centrum van Boedapest absoluut een openluchtmuseum), ga voor de lol even het New York café binnen (je zal er waarschijnlijk niks drinken  maar het is van binnen net zo mooi als van buiten!) en doe een drankje in een ruïn pub. En als je toch lekker aan het lopen bent, dan zijn het vijfde (nog veeeeel meer gezelligheid en woest mooie, statige gebouwen) en het zesde district (o.a. waanzinnig opera-gebouw en Liszt Academy – één van de mooiste concertzalen van Europa) ook absoluut de moeite waard.

Geloof me, in Boedapest kun je zo een week rondbanjeren zonder echt iets te ondernemen.

 

Kerepesi begraafplaas

Met stip mijn hotspot van Boedapest. Jawel, u leest het goed! Ik ben het vrolijkste vogeltje van de ochtend, toch houd ik van de macabere schoonheid van oude begraafplaatsen. In Parijs heb ik vijf uur in de rij gestaan om de catacomben in te kunnen, dat zegt waarschijnlijk al genoeg.

In de drukte van de grote stad is Kerepesi een oase van rust. De begraafplaats is e-norm, ik zou niet overdrijven als ik zou zeggen dat je er gerust een dag voor uit kunt trekken. Het is bijna niet voor te stellen dat dit in het drukke Boedapest (Kerepesi ligt ook pal achter het grote Keleti treinstation) kan, maar als je eenmaal door de poort bent, dan ben je de hectiek van de stad meteen kwijt. Het enige wat je ziet zijn imposante graven, tombes en standbeelden. Sommige gaaf, de meeste kapot en vervallen en dat maakt het nou juist zo bijzonder. Maar ook het nieuwere gedeelte waar de Sovjet-soldaten liggen heeft een sfeertje waar je toch wel even stil van wordt.

In de zomer word je omvergewalmd door de zoete geur van vlierbloesem en wat je hoort zijn vogeltjes of het geritsel van dorre blaadjes onder je voeten of onder de voetjes van een voorbijsnellende eekhoorn. Verder niets.

En achter de Kerepesi begraafplaats ligt nog een waanzinnige hidden treasure: Een vervallen Joodse begraafplaats, waarvan gezegd wordt dat de overblijfselen daar nog vele malen mooier zijn. I couldn’t resist, dus ik ben, toen ik het eenmaal vond, wel even over de muur geklommen voor een sneak peak (en ja, de verhalen zijn waar!), maar hier kom ik nog eens uitgebreid voor (en op!) terug.

Szechenyi  baden

Mensen, het is helaas echt waar. Een bezoek aan Boedapest is niet compleet zonder een bezoek aan de Szechenyi baden. Als je niet van thermale baden houdt heb je misschien nog een klein crap-excuusje, anders is er geen ontkomen aan. Boedapest heeft nog honderdduizend andere badhuizen (die Hongaren weten verdomme hoe je leven moet!), ga daar ook gerust naartoe. Maar Szechenyi first :). Dit zijn namelijk de oudste thermale baden van het Pest-deel en de sfeer is daar ook naar. Het deels vergane pracht en praal is nog altijd indrukwekkend en een tikkie melancholisch.  Ik houd daar ontzettend van, ook al was ik aanvankelijk van plan om Szechenyi te skippen. Het is daar namelijk poepdruk en lekker tegen elkaar aan schurken in bad of sauna, daar ben ik nooit zo van. Toch ben ik op veler aanraden toch gegaan en geen spijt van gehad. Als je vroeg gaat (Szechenyi gaat al om 6 uur open) en tegen twaalven je biezen pakt, dan is het eigenlijk prima te doen. Wij hadden diverse binnenbaden en sauna’s zelfs voor ons alleen! Eigen eten en drinken meenemen mag, dus lekker uitstallen aan de buitenbaden is geoorloofd en alle locals doen dat dan ook.

Ben je de Nederlandse of Belgische thermen gewend? Verwacht in Szechenyi niet dezelfde luxe. De ambiance doet het dingetje en voor de rest moet je maar gewoon mee met de flow. De hygiëne is op zich in orde, maar het is allemaal wat simpeler en minder fancy dan de voorzieningen hier. Toch heeft ook dat absoluut zijn charme. Een heerlijk authentiek randje en daar doe je het voor, buiten het feit dat al die baden natuurlijk heerlijk zijn.

Er is zelfs nog een kers op de taart: In het Szechenyi complex zit een beer spa verstopt. Jawel, een BEER SPA! Voor 30 klinkende euri pp heb je drie kwartier je eigen tweepersoons hottub, gevuld met thermaal water en bier waar je in vertoeft terwijl je onbeperkt bier mag tappen (en drinken, heej!) uit een bij de hand gelegen tapje. Olé olé!

En loop je Szechenyi rozig en beschonken uit, dan wandel je zo het Heldenplein op, mer zijn prachtige standbeelden. Ik vond daar zelf weinig aan, maar getuige de grote hoeveelheid bussen en busvulling op het plein is dat toch wel een populaire bezienswaardigheid in Boedapest.

Kortom, Szechenyi: Echt wel doen. Lees van tevoren geen recensies op Tripadvisor of soortgelijke websites, ga er gewoon(lekker vroeg) heen, tel negentien euro neer en warm je billetjes een paar uur op tussen de Hongaren en de natuurlijk de toeristen. Goud!

Szimpla Kert

Iedereen weet waarschijnlijk dat Boedapest beroemd en berucht is om zijn ruïn bars: Cafés die in vervallen gebouwen zijn opgetrokken in dito stijl. Lekker rauw, alternatief en hoe gekker, hoe beter. Bij ons is het al een dolle boel in de zaak, maar veel van die ruïn bars walsen ons met groot gemak nog steeds omver.

Nu had ik geen behoefte aan een hele ruïn pub-toer, maar je moet natuurlijk wel even de sfeer gaan proeven, dus koos ik voor Szimpla, DE ruïn bar van Boedapest. Szimpla is één van de oudste en absoluut de bekendste ruïn bar en dat is niet voor niets. Ja, ga er maar naartoe :). Een keertje ‘s middags, wanneer het niet heel druk is. Loop er een uurtje rond, lans alle gangetjes, kamertjes, barretjes, tuintjes en tunneltjes.  Een museum is er niks bij!  De aankleding van Szimpla is absoluut mijn natte droom en als je er bent, dan snap je waarom. Kleurrijke chaos met een heerlijk losgeslagen randje. In een stad als Boedapest kan dat!

Kom er ook een keertje ’s avonds, dan is er vast livemuziek of een feest. In Boedapest heb je geen reden voor een feestje nodig, hier viert men het leven en is er altijd ergens wel een partijtje. Szimpla is hierop geen uitzondering. In tegenstelling, Szimpla loopt vaak voorop.

En op zondag is er een farmers market. Een (bio) markt met lokale ondernemers en lokale producten. Heel actueel en hip, maar toch ook wel leuk. Niet heel goedkoop ook, maar ach, je bent tenslotte op vakantie!

Wandeling langs de Donau

In Boedapest kun je heel goed lopen en aangezien ik dol ben op de benenwagen  staat een ferme wandeling langs de Donau absoluut tussen mijn aanraders.

Trek er een dag of een dagdeel er voor uit, begin bij de Petröfi brug en wandel richting Szabadság brug, ofwel de groene brug. Tegenover de groene brug kun je nog een uitstapje naar de Central Markthall maken, een grote overdekte markt met vreterijtjes en Hongaarse specialiteiten. Een plek waar locals en toeristen vaak en graag komen.

Als je je weg langs het water vervolgt, kom je een hoop leuke dingen tegen. Diverse bronzen beelden die verstopt staan in het straatbeeld, verkoelende perkjes, mooie gebouwen, kerken en restaurantjes aan de overkant van de straat. Ga je een stuk helemaal langs het water lopen (lager dan de tramrails), dan zie je oude muren met oude deuren en mooie ornamenten. Een wandeling langs de Donau is een ware ontdekkingstocht, dus maak geen haast en geef  je ogen goed de kost!

Voorbij de prachtige Széchenyi kettingbrug kom je het Schoenen op de Donaukade-monument tegen. En geloof me, bij het zien van al die schoenen krijg je rillingen tot in je teenhaar. WO2 was in Hongarije ook al geen feest en er is geen indrukwekkendere manier geweest om dat weer te geven dan dit simpele rijtje schoenen. Holy shit, daar ga je echt even bij zitten.

Een stukje verderop rijst het imposante parlementsgebouw. Voor mij de plek om de Donau doei te zwaaien en weer richting de binnenstad te lopen. Ik ben er overigens niet binnen geweest (wat best de moeite waard schijnt te zijn), maar er omheen lopen is al leuk zat.

Pinball museum

Ik heb er nooit een geheim van gemaakt geen museumtijger te zijn, maar er zijn natuurlijk musea waar ik graag een uitzondering voor maak. Het Pinball museum is daar één van. Want wie van mijn generatie heeft vroeger niet achter een flipperkast gestaan?

In Boedapest heb ik mijn flipperhart kunnen ophalen. In een flipperkastmuseum annex speelhal, wat eigenlijk als een uit de hand gelopen hobby is begonnen, werd het kind in mij weer helemaal blij. De geschiedenis van dit museum in een notendop: Een jongen verzamelt flipperkasten, stalt ze uiteindelijk in zo’n leuke Hongaarse gewelvenkelder, vraagt een klein entreeprijsje en je kunt je onbeperkt met de 130 flipperkasten (waarvan het overgrote deel nog gewoon ballen schiet) gaan vermaken. Briljant! Inmiddels is het Pinball museum van Boedapest  het grootste flipperkastmuseum van Europa, maar met een nog altijd heel intiem sfeertje.

De oudste flipperkasten dateren uit de jaren ’50 en de collectie bouwt op naar de laatste modellen met actuele thema’s.  Het is er fantastisch en je flippert er ongemerkt heel wat uurtjes weg.

Ervin Szabó bibliotheek

Eén van de hidden treasures van Boedapest schuilt in de Ervin Szabó bibliotheek. Sowieso is de bieb aan de buitenkant al een lust voor het oog: Een imposant gebouw in Neo-barokke stijl, eens het huis van een voorname aristocraat, later omgetoverd tot bibliotheek. Bij binnenkomst denk je ‘what the….lalala…?’, want de bibliotheek is…ja…gewoon een bibliotheek. Modern en praktisch, op het eerste gezicht niets bijzonders.

Toch schuilt er een geheimpje. Meld je aan de balie en vertel dat je voor ‘het oude deel’ komt. Je betaalt een paar symbolische euro’s en dan kun je mooi op zoek naar die ene deur (en ik zeg mooi niet waar die zit, zodat er toch wat te ontdekken valt :)) die je door moet om een deel van dit huis nog in zijn oude staat te zien. Enkele kamers zijn namelijk intact gelaten en oooh ja, trek je imaginary baljurk uit de kast, you’ll need it!

En het leuke is, ook dit deel is vandaag de dag gewoon onderdeel van de bieb. Overal zitten studenten t zwoegen, dus wees zachtjes en geniet in stilte!

Hospital in the rock

Nog zo’n fantastische schat van Boedapest. Op weg naar de burcht van Boeda vind je tijdens de klim een intrigerende deur met daarboven de woorden ‘Hospital In The Rock’.

Vergeet de burcht. Dit is the place to be.  Hospital in the rock is eens een geheim ziekenhuis onder het kasteel geweest, uitgehouwen in grotten die aan elkaar verbonden werden door gangen. Dit ziekenhuis heeft dienst gedaan tijdens WO2 en de Hongaarse Opstand in 1956. Later is er nog een gedeelte aan vastgemaakt dat in geval van nood een nucleaire bunker zou moeten zijn. Nu kun je er een toer boeken om te zien hoe het er vroeger aan toe ging  en ‘indrukwekkend’ is een understatement.

Vrij rondlopen mag je er niet, foto’s maken evenmin. Maar dat geeft niet, des te meer aandacht heb je voor de omgeving en het verhaal van de gids (de gidsen zijn er stuitergoed!). Er liggen ook nog authentieke medische instrumenten, apparaten en andere relevante zaken en diverse taferelen zijn met wassen beelden nagebootst.

Een toer duurt ongeveer een uur, een uur diep onder de grond (de koukleumen krijgen jasjes aangeboden), omringd door weer een stukje ijzingwekkende  geschiedenis. En oké…als je van dit alles bent bekomen  kun je best nog even doorlopen naar de burcht, het vissersbastion, het nationaal museum  en al het overige bovenaan de heuvel (want je bent er toch), maar overweldigender dan dit ging het voor mij in ieder geval niet worden dus bier hakken op een terrasje is ook een geoorloofde optie :).

Citadel

Steek (als je aan de Pest-kant van Boedapest zit) de Széchenyi brug over en klim omhoog naar de Citadel. Het is een aangename wandeling heuvelopwaarts door een gigantisch park en er zijn vele routes te nemen. Van begaande paden tot kruip-en-sluiproutes. Onderweg naar boven passeer je de ingang van de Cave church, een kerk gesitueerd in een grot (vanaf de brug zie je de imposante voorkant in rots uitgehouwen), ook leuk om even binnen te kijken. De citadel zelf is niet heel bijzonder, maar het is een mooie wandeling en vanaf boven heb je een fantastisch uitzicht over Boedapest (ook gaaf in het donker!).

Fix, als je weer beneden bent, tegen zonsondergang wat halve liters bier en hapjes naar keuze (de Central Markethall is dichtbij!), klim samen met de locals op de groene brug en zie de zon zakken en de lichtjes van de stad aangaan. Heb je niet zo’n zin in een klim op de brug, sluit je dan aan bij de picknickers langs het water. Plekjes zat, mensen ook en iedereen heeft wel iets te snacken. Een gezellige bedoeling waar je minstens een keer even deel van uit moet maken.

Margaret Island

Heb je zin om een dagje te chillen? Margaret Island at your service! Dit eilandje midden op de Donau (yup, je kent het misschien wel van Sziget) is één en al ontspanning. Parkjes, koffietentjes, thema-tuinen (Japanse tuin, rozentuin), een zeer uitgebreid zwembad, een kleine ruïne… Op je dooie gemakje ben je hier heerlijk een (half) dagje zoet. Een schone, groene oase van gemoedelijke gezelligheid en rust. Voor mij een perfecte afsluiter van een intense week in weer een geweldige stad.

2018-07-24T10:52:12+00:0023 juli 2018|Categorieën: Blog, Lunchroom, Sunshine|Tags: , , , , , , , |

2 Comments

  1. Ad en Joke 26 augustus 2018 om 20:54 - Antwoorden

    Je schrijft echt verrukkelijk! We zijn meteen eeuwig fan! En mogen wij een keertje mee naar Budapest? :)))

  2. Lana 4 september 2018 om 21:48 - Antwoorden

    Oh merci, merci!
    En als Sunshine ‘reizen naar…’ gaat organiseren, dan zijn jullie de eersten die het horen :-)!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.