Sunshine in Boedapest deel 2: Where toe vreet?

Wat je in Boedapest allemaal kan ondernemen heb ik in het eerste deel van de Boedapestblog al uitgebreid onder de loep genomen. Nu is het tijd om de nutritieve kwaliteiten van deze fantastische stad de belichten. Een hele opgave weer want Boedapest stikt van de leuke eettentjes, barretjes en marktjes, de één nog leuker dan de ander. Als ik alle zaken die mijn maag daar heeft moeten verteren zou benoemen, zou er geen einde aan het verhaal komen. Ook hier heb ik dus weer de tien meest noemenswaardige spots uitgekozen.

Het resultaat? Een bonte mix van persoonlijke interesse, bijzondere plekjes en traditionele, Hongaarse gerechten. Want u kent mij inmiddels wel een beetje ;-).

Paranoir pub

Voor mij met stip op één….deze kick-ass metalbar. Sorry mensen, maar waar het hart vol van is…:)

Alleen voor de aankleding al moet je er even gaan kijken.  Skeletten, spinnenwebben, donkere nissen, filmmonsters aan de muur (en wat fijn dat de Alien-nis mooi vrij voor mij was)…Every day halloween!  En dan die heerlijke cocktails, grote pinten en vele andere borreltjes tegen ontzettend schappelijke prijzen. Paranoir is door de toerist nog niet ontdekt en dat maakt deze plek nog authentiek, intiem en lokaal. Ook als je niet van metal houdt is een ondergrondse cocktail hier warm aan te raden. Ze draaien er namelijk niet alleen maar snoeihard gebulder dus het is voor iemand die niet van blastbeats houdt voor een paar drankjes best uit te zitten.

Liquid Rock

Was Paranoir toch net iets te veel van het goede? Dan is Liquid Rock ook nog een mooie optie want deze rockpub is aanzienlijk toegankelijker. De muziek is een stuk softer en de aankleding wel lekker alternatief maar zonder dat het grimmig wordt. Er hangen tv’s waar concerten en muziekdocumentaires worden uitgezonden en de bierkaart is enorm uitgebreid. Het personeel is helaas lui en niet klantvriendelijk, maar als je gewoon even aan de bar blijft wachten en de drankjes zelf mee naar je tafel neemt is er niks aan de hand.

Hoogtepunt? Fris bier met verse chili. Want chili kan altijd!

Bors GasztroBar

In Boedapest geweest en niet bij Bors gegeten?

Terug!!!

Moet je nog gaan? Dan weet je wat je te doen staat :).

Bors zit zo’n beetje naast Szimpla Kert,  dus dat mooi te combineren en je moet hier echt zijn geweest! Dit piepkleine eetholletje produceert namelijk hilarische, dagverse en fuuuuucking lekkere soepen en sandwiches. Ja, bereid je er maar op voor dat je even in de rij moet staan (een goed teken, toch?) en dat je je maaltje waarschijnlijk zittend op `t stoepje buiten weg gaat werken ( er is een paar zitplekken binnen, maar het is er krap en altijd druk) maar laat je daar zeker niet door afschrikken. Bors serveert creatief, huisgemaakt eten, het personeel is fantastisch en de Star Wars-obsessie maakt de bizarre ervaring helemaal af.

VigVarjú

Zeg je ‘Hongarije’, dan zeg je natuurlijk ‘goulashsoep’. Goulash kun je in Boedapest natuurlijk op bijna iedere hoek van de straat eten, ik deed dat bij VigVarjú. Deze semi-chique bedoeling zit in een waanzinnig gaaf monumentaal pand aan de Donau en alleen buitenkant en binnenkant zijn al het zien waard. Zo kwam ik er eigenlijk ook terecht. Aangetrokken door al het moois aan de buitenant  keek ik wat er te doen was en zag ik dat dit niet een concertgebouw is (wat ik eerst dacht en wat het eerst ook was), maar een restaurant met een aantrekkelijke kaart. Traditioneel Hongaars eten wordt hier op een moderne manier bereid en geserveerd, tegen verrassend aardige prijzen.

Applaus voor de kok want ik heb de soepkom nog net niet uitgelikt. Goed, vers vlees, een stevig bouillon en een knapperig brooddekje. Goulashsoep, we like it like this, yes!

 Paprika

Iets minder bekend dan de goulashsoep, maar zeker niet minder lekker is halászlé, paprika-vissoep van de vissers van de Donau. Er worden in Hongarije zelfs halászlé-wedstrijden gehouden, dus dit soepje mag je tijdens je Boedapestrun eigenlijk niet overslaan.

Bij Paprika, een traditioneel restaurantje niet ver van het stadspark (waar ook de Szechenyi-baden gelegen zijn) eet je het heerlijkste Hongaarse eten tegen kleine prijzen.  De inrichting is op en top huiselijk Hongaars, het personeel is supervriendelijk en de porties zijn royaal, grote eters kunnen zich hier dus met een gerust hart parkeren. Voor mij was dit de uitgelezen plek om aan de halászlé te gaan en ja, dat was een goede keuze. Grote stukken vis (met graat een al, niks aan de hand!), lekker veel rode poeder, goed broodje erbij…het boereneten is hier top! En hartje zomer of hartje winter, zo’n vissoepje gaat er bij mij altijd wel in.

Teahouse halleluja

Deze theeverslaafde had al vernomen dat er in Boedapest zoiets moois als theehuizen bestaat en het eerste theehuis dat ik tegenkwam was meteen al  een schot in de roos. Op het eerste gezicht is het Darjeeling teahouse een krap kotje met een piepklein terras en een minimaal vloeroppervlak, maar schijn bedriegt. Ga de trap op, boven staan de tafeltjes en bankjes, liggen de zitkussens en huist de uitgebreide menukaart waarop een miljoen verschillende theeën worden aangeprezen. Maar natuurlijk ook koffie, ijskoffie, shakes en overige theehuis-gerelateerde zaken, zoals koekjes, gebakjes en ander klein eetwaar.

De thee is hier van fantastische kwaliteit (en natuurlijk ook gewoon te koop voor thuis), het personeel is wederom aardig en behulpzaam en de sfeer heerlijk relaxed.

Naast het Darjeeling teahouse heb ik ook Sirius teahouse en Altair teahouse (beide van dezelfde eigenaar) bezocht. Deze theehuizen zitten goed verstopt achter kleine, onopvallende deuren, maar eenmaal gevonden en binnen wil je niet meer weg. Overal hangt die fijne, onthaastende, rustgevende sfeer. ‘Even’ een kopje koffie of thee doe je hier niet. Mensen zitten er opvallend lang, vaak met een boek of juist te kletsen. De thee is overigens in geen van de theehuizen goedkoop, maar goed, kwaliteitsthee mag ook wat kosten.

Heel anders dan de overwegend strakke of organische koffietentjes hebben de theehuizen een opvallend hippie-achtige uitstraling met (natuurlijk niet heel verrassend) veel sfeerreferenties aan het Midden- en Verre-Oosten en de bijbehorende vibe. Dikke thumbs up, dit mogen wij in Nederland ook meer gaan zien!

Rengeteg RomKafé

Het is dat ons geheime Sunshine-wapen Anne maandenlang in Boedapest heeft gezeten, anders had ik waarschijnlijk nooit van Rengeteg gehoord. En nu ik er geweest ben, kan ik niet anders dan deze plek, overlopend van enthousiasme, aan iedere Boedapestganger opdringen. Je moet er wel eventjes voor reizen, lopen en zoeken want ook Rengeteg is zo’n fijne hidden treasure net buiten het bruisende centrum, maar ik durf mijn hoofd in de (eigenhandig schoongemaakte!) plee te steken voor de garantie dat het bezoek aan Rengeteg een onvergetelijke ervaring wordt.

Dus hup, in het busje, beentje of de ondergrondse!

Wat maakt Rengeteg zo bijzonder? Om te beginnen de aankleding. Kijk je bij Sunshine je ogen al uit? Bij Rengeteg kom je ogen tekort! Deze kleine kelder staat vol met bizarre prullen met teddyberen overduidelijk in de hoofdrol. Ik heb ze niet geteld, maar hier huizen heel wat berenfamilies.

De specialiteit van Rengeteg is chocolademelk dat van verse chocolade wordt gemaakt. Supervriendelijke eigenaar(dige) Tibor komt met iedereen een praatje maken en stelt aan de hand daarvan een combinatie voor je samen of doet suggesties. Zo kun je uit wel 300 verschillende smaakcombi’s kiezen en natuurlijk behoort chocolademelk met een neutje tot de mogelijkheden :).  Maar ook van de koffies maakt hij een feestje. Ik was zo enthousiast dat ik beloofde terug te komen en uiteraard daad bij woord heb gevoegd. De eerste keer had ik chocolademelk met frambozen, palinka (plaatselijke drank) en chili (want chili kan altijd!), de tweede keer extra donkere chocolademelk met sinaasappel, gember, rum, vanille-ijs en amandelen. You name it en Tibor heeft het.

Briljante plek. Superslecht voor je lijn, supergoed voor je humeur. En wat is nou belangrijker?

Mazel Tov

Reis je niet op budget? Dan moet je ook een keer bij Mazel Tov gaan eten. Niet dat Mazel Tov nou zo heel duur is, maar de prijzen gaan wel richting de Nederlandse, wat voor Boedapest iets aan de hoge kant is.

Desalniettemin is deze gezellige plek (met een sfeervol, groot buitenterras) absoluut een bezoekje waard. Bij Mazel Tov serveert men goede kwaliteit Midden-Oosters eten, zoals Israëlische falafel en soep uit Jemen. Die soep is overigens to die for (net als de Marokkaanse lamssoep), jammer dat het eigenlijk een voorgerecht is.

Iedere eter kan hier mooi aanschuiven. Volledig plantaardig is volop aanwezig en ook de vleeseter heeft ruime keus. De kwaliteit is top en de porties niet te zuinig. Dit zijn keukens waar ik bijzonder blij van word.

Gelarto Rosa

Ook voor verrukkelijke ijsjes ga je gewoon even naar Boedapest. In Boedapest zit namelijk Gelarto Rosa en fijner ijs dan dit heb ik maar zelden gehad. En niet alleen is het heerlijk om in te happen, de ijsjes die in de vorm van rozen worden geserveerd zijn ook nog eens een lust voor het oog (en een feestje voor de camera :-P)

Voor het ijs worden de beste, verse en organische ingrediënten aangerukt en met smaken als witte chocolade & lavendel, limoen & basilicum en hazelnoot & wasabi heb je mij meteen in the pocket.

Staat er een lange rij? Loop dan even hoekje om naar links, daar zit stiekem ook een vestiging waar je waarschijnlijk meteen aan de beurt bent :).

The Goat Herder

Ik had mij eigenlijk voorgenomen om geen koffietentjes in deze lijst op te nemen want knusse koffietentjes met kwaliteitskoffie, huisgemaakte taartjes  en gezonde ontbijtjes zijn tegenwoordig overal in overvloed aanwezig. The Goat Herder zat echter om de hoek bij mijn appartementje en ja, daar heb ik diverse keren ècht heel lekkere koffie gedronken. Dus vooruit, alsnog  the Goat Herder dus :). Klein tentje, lief personeel, heerlijke koffie, huisgemaakte taart, fruitontbijtjes, gezonde tosti’s, verse ijsthee…u kent het wel.  Alle ingrediënten voor een hippe koffieplek zijn volop aanwezig en in de buurt van het Keleti treinstation is dit waarschijnlijk de beste plek om een bakkie te doen.

En tot slot…

…moet ik ook nog iets bekennen.

Het komt echt maar zelden voor dat ik een specialiteit van een bepaald land proef en dan denk ‘meeehhhh…’

In Boedapest is mij dat overkomen. Dus wie nu denkt:  ‘Waarom mis ik lángos in jouw lijstje?’

Mensen, fuck lángos.

Lángos is  niets meer of minder dan een enorme lap gefrituurd deeg waar traditioneel een giga hoeveelheid sour cream, plat smakende kaas en een berg rauwe uien op geknald wordt. Soms kun je ook andere toppings bestellen, maar het blijft in de basis een homp ongekruid, gefrituurd deeg. Ik heb heel enthousiast uitgezocht waar je de beste lángos van de stad zou moeten eten, ben er vol verwachtingen naartoe gegaan en heb het halverwege de lángos voor gezien gehouden. Helaas… Ik heb oprecht en dapper gestreden, maar ik kreeg het echt niet weg, al dat smaakloze vet.

Zelfs oliebollen zijn lekkerder en ik houd eigenlijk ook al niet van oliebollen.

2018-09-05T07:48:23+00:004 september 2018|Categorieën: Blog, Lunchroom, Sunshine|Tags: , , , , , , , , , , , , |

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.